Vakateliers

Ons onderwijs is zo ingericht dat het lesmateriaal zoveel mogelijk betekenis krijgt voor de leerlingen waardoor zij extra gemotiveerd zijn om te leren. In de praktijk komt het erop neer dat leerlingen ’s morgens vooral instructie krijgen in basisvaardigheden (taal, rekenen, lezen, spelling, Engels). In de middag werken we in ‘vakateliers’ aan projecten waarin deze basisvaardigheden worden ingezet en vorm krijgen.

Ochtendprogramma – basisvakken

’s Morgens onderwijzen we de leerlingen in de basisvakken. Lezen en schrijven, rekenen, persoonlijke en sociale vaardigheden en Engels zijn als het ware ‘de bouwstenen voor de rest van het leren’. Wat je ook gaat doen met de rest van je leven: deze vakken heb je nodig om je weg te vinden in de wereld en toegang te hebben tot nieuwe kennis en vaardigheden. En natuurlijk in het contact met de wereld om je heen. De invulling van het ochtendprogramma is minder afwijkend van andere scholen dan het werken in de ateliers in de middag.

Middagprogramma – ateliers

In de atelierlessen in het middagprogramma werken we vanuit een overkoepelend thema. Bijvoorbeeld ontdekkingsreizen, het weer en klimaat, bouwen, Nederland Waterland, communicatie of kunst. De basisvakken in het ochtendprogramma combineren we in de middag met andere vakken zoals geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde, muziek, theater, sport, kunst, enzovoort. Ook deze vakken kunnen weer in allerlei combinaties terugkomen in de thema’s.

Door de vakken te combineren in één geheel, wordt de geleerde stof makkelijker opgenomen door de hersenen. De kans dat een kind deze kennis goed verwerkt en opslaat in het lange termijn geheugen is dan veel groter. Zinvolle kennis wordt zodoende betekenisvol.

Eindeloze mogelijkheden
Het thema is geen doel op zich, maar meer een hulpmiddel om onderliggende doelen te bereiken, zoals die zijn geformuleerd door het ministerie van onderwijs. Een van de onderliggende doelen is bijvoorbeeld ‘kennis hebben van verschillende tijdperken zoals Jagers en Verzamelaars, Boeren en de geïndustrialiseerde samenleving’. Dit doel kan aan bod komen in het thema ‘kunst’ door je af te vragen ‘Wat zegt de kunst in die periode over het dagelijkse leven van toen?’. Tijdens het thema ‘Voeding en Gezondheid’ kan ditzelfde doel gehaald worden door de vraag ‘Hoe kwamen de mensen aan hun voedsel?’. Het thema biedt de context, de mogelijkheden zijn eindeloos…