Samenhangend en betekenisvol leren

Ons onderwijs is zo ingericht dat het lesmateriaal zoveel mogelijk betekenis krijgt voor de leerlingen waardoor zij extra gemotiveerd zijn om te leren. In de praktijk komt het erop neer dat leerlingen ’s morgens vooral instructie krijgen in basisvaardigheden (taal, rekenen, lezen, spelling, Engels). In de middag werken we aan projecten waarin deze basisvaardigheden worden ingezet en vorm krijgen.

Ochtendprogramma – basisvakken

’s Morgens onderwijzen we de leerlingen in de basisvakken. Lezen en schrijven, rekenen en spelling zijn als het ware ‘de bouwstenen voor de rest van het leren’. Wat je ook gaat doen met de rest van je leven: deze vakken heb je nodig om je weg te vinden in de wereld en toegang te hebben tot nieuwe kennis en vaardigheden. En natuurlijk in het contact met de wereld om je heen. De lessen in de basisvakken worden gegeven op basis van de kerndoelen en de leerlijnen. Leerlingen weten precies aan welke doelen ze per dag, per week en per leerjaar moeten voldoen en dat zorgt ervoor dat ze gemotiveerd zijn om deze doelen te behalen. 

Middagprogramma  – Jeelo

In de overige lessen in het middagprogramma werken we projectmatig. Voorbeelden van projecten zijn: Omgaan met elkaar, Maken van je eigen product, Leren voor later, Beleven van onze planeet. De basisvakken in het ochtendprogramma combineren we in de middag met andere vakken zoals geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde, muziek, theater, sport, kunst, sociaal-emotioneel leren, Engels enzovoort. Ook deze vakken kunnen weer in allerlei combinaties terugkomen in de projecten.

Door de vakken te combineren in één geheel, wordt de geleerde stof makkelijker opgenomen door de hersenen. De kans dat een kind deze kennis goed verwerkt en opslaat in het lange termijn geheugen is dan veel groter. Zinvolle kennis wordt zodoende betekenisvol.

Eindeloze mogelijkheden
Het project is geen doel op zich, maar meer een hulpmiddel om onderliggende doelen te bereiken, zoals die zijn geformuleerd door het ministerie van onderwijs. Een van de onderliggende doelen is bijvoorbeeld ‘kennis hebben van verschillende tijdperken zoals Jagers en Verzamelaars, Boeren en de geïndustrialiseerde samenleving’. Dit doel kan aan bod komen in het project “Omgaan met elkaar” door je af te vragen ‘Wat voor spelletjes deden de kinderen vroeger?”. Tijdens het thema “Zorgen voor jezelf en anderen” kan ditzelfde doel gehaald worden door de vraag ‘Hoe kwamen de mensen aan hun voedsel?’. Het project biedt de context, de mogelijkheden zijn eindeloos…

Kennis en vaardigheden

Tijdens een project doen onze leerlingen kennis op over bepaalde onderwerpen, maar er wordt ook aan vaardigheden gewerkt. Bijvoorbeeld presentatievaardigheden, het afnemen van een interview, het schrijven van een tekst, het maken van een woordweb en dergelijke. Al deze vaardigheden worden kinderen stap voor stap aangeleerd, zodat ze het steeds beter zelf kunnen.